in/vorm: zomertyposium Initiaal 2017

Het zomertyposium belicht het creëren van toen en nu

26 augustus 2017, Antwerpen – Het komende zomertyposium van Initiaal is dit jaar helemaal “in/vorm” en werpt een blik op de creatie van letters; toen, maar zeker ook nu. Welke kruisbestuiving is er en hoe (ver)leidt de kennis van het ambacht uit het verleden hedendaagse letterontwerpers?

Martin Majoor

HET QUESTA-PROJECT

Martin Majoor komt ons vertellen over het Questa-project, een titanenwerk waaraan hij meerdere jaren samen werkte met Jos Buivinga. De Questa letterfamilie is een echte superfamilie, gestart als klassieke tekstletter in Didot-stijl. Daarvan werd de schreefloze afgeleid, helemaal volgens de logische designfilosofie van Martin Majoor. De familie bevat ondertussen ook bijhorende display-letters, kleinkapitalen, figuren en ligaturen. Martin komt zijn designfilosofie uit de doeken doen en toont ons een blik achter de schermen van dit eigenzinnige en grootse letterontwerp, waaraan nog steeds verder ontwikkeld wordt.
Martin gelooft dat je alleen een goede letterontwerper kan zijn, als je de tekst van boeken hebt gezet. Als letterontwerper moet je immers weten hoe de letter zich gedraagt in lopende tekst, op verschillende papiersoorten en welke invloed verschillende druktechnieken hebben op je letter. Martin is ervan overtuigd dat schreef en schreefloos een gemeenschappelijke basis moeten hebben.

Martin Majoor ontwerpt al letters sinds midden jaren ’80. Tijdens zijn studie (1980-86, Hogeschool voor de Kunsten, Arnhem) liep hij ­stage bij URW, Hamburg. Daar werkte hij met Ikarus. In 1986 begon hij bij Océ Nederland en volgde een opleiding bij Bitstream in Boston. Hij werkte bij Muziekcentrum Vredenburg, waar hij de Scala ontwierp. In 1990 werd hij zelfstandig letterontwerper en ontwierp o.a. Telefont, FF Seria, FF Nexus. Martin is internationaal actief in diverse typografie-conferenties, lesgeven en schrijven. Sinds 1997 werkt hij zowel in Nederland als Polen.

Thomas Gravemaker

DE HOUTEN QUESTA

Thomas Gravemaker voor het museum Plantin-Moretus

Waarom wil je de dag van vandaag houten letters maken als loden letters hun bestaansrecht al eeuwen waargemaakt hadden? Kunnen zeer contrastrijke letters ook uit hout gesneden worden? Hoe vlot gaat het gelijkstellen van kapitalen bij houten letters?
Thomas Gravemaker legt het ons allemaal haarfijn uit en vertelt over het ontwerpproces en de productie van de houten versie van de Questa. Wat kom je allemaal tegen in dat proces? Onder andere de zoektocht naar goede vakmensen over de grenzen heen om houten letters behoorlijk uit te frezen uit het goede hout.
Thomas maakte recent ook de houten versie van de Seria van Martin Majoor, waarmee hij drukt in zijn atelier Letterpress­Amsterdam.
Hij combineert nieuwe manieren van werken in het toepassen van typografie met de oude bestaande. Thomas wil inspirerende producten maken die kwalitatief altijd op het hoogste niveau staan, in zowel technisch als esthetisch opzicht.

Thomas Gravemaker werkte vele jaren in London voor o.a. uitgever Thames & Hudson en ontwerpbureaus in Parijs, alwaar hij zijn eigen studio oprichtte. Hij werkte daar aan boekontwerp, catalogi en promotiemateriaal voor klanten als Flammarion, Mollat, National Galleries of Scotland en anderen.
Zijn passie voor typografie had hij al voor hij zijn opleiding begon aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Hij ontwikkelt en deelt zijn kennis in zijn werkplaats LetterpressAmsterdam in hartje Amsterdam en geeft lezingen en lessen in tal van landen.

Patrick Goossens

STEMPELSNIJDEN, EN WAT DAARNA KWAM

Patrick Goossens en een kloon van een Benton-graveermachine

‘Type is something that you can pick up and hold in your hand’, schreef Harry Carter in 1969 in zijn boek A view of early typography. Deze zin was toen voornamelijk gericht aan bibliografen voor wie het begrip ‘type’ een abstractie was, ‘an unseen thing that leaves its mark on paper’.
Als historicus is Patrick Goossens erg geïnteresseerd in het tot stand komen van de letter in de hoogdruk-periode. Dit voorjaar nog was Patrick te gast bij de Imprimerie Nationale waar hij bij Nelly Gable het stempelsnijden heeft geleerd. Er blijven niet veel mensen meer over in de wereld die ‘hand punchcutting’ in de vingers hebben. Er zijn daarnaast nog heel wat andere methodes om hoogdrukletters te maken. Via ‘hands-on’ onderzoekswerk leerde Patrick ook over deze technieken, die vanaf 1870 opkwamen: het machinaal stempelsnijden, het graveren van matrijzen voor hot metal én cold type en het stempelsnijden in zachte metalen.
Zonder deze Amerikaanse en Duitse uitvindingen waren Linotype­zetmachines ondenkbaar. Als onafhankelijk onderzoeker én verzamelaar is Patrick Goossens de ideale gids.

Patrick Goossens (*1960) studeerde Geschiedenis aan zowel de Universiteit Antwerpen als de KU Leuven. Zijn verzameling drukpersen en gieterijmachines is de voedingsbodem van zijn onderzoekswerk. Zijn uitgebreid onderzoek van archieven én praktische ervaring met drukken op handpersen en met stempelsnijden geven hem inzichten hoe nieuwe technieken werden geïntroduceerd.
Hij is co-auteur van een boek over de Columbian handpers. Hij stelde zijn onderzoek voor op conferenties in Rochester (USA), Moskou, Dublin,
Chania en Victoria (Canada).

René Knip

DRIEDIMENSIONALE LETTERS

René Knip

René Knip wil ons meenemen in de ontwerpstrategieën die leiden tot lettertypes als onderdeel van ruimtelijke projecten. Gestalt is de belangrijke factor, van waaruit René kennis en ervaring gebruikt om zijn ontwerpen te laten groeien. Vorm, kleur, afstand, diepte, licht en beweging tot een geheel samenbrengen, is de uitdaging. Bij het ontwerpen van zijn letters, gaat René uit van het voorwerp of het gebouw, om te zien wat er nodig is. Er moet een geheel ontstaan, waarin de letters in interactie zijn met het driedimensionale en omgekeerd. Het moet leiden tot een emotie. Letters en hun drager moet elkaar verstaan, elkaar respecteren.
Driedimensionaliteit is een spannend thema. De driedimensionale lettervorm kennen we immers niet. Ook al maak je een letter driedimensionaal, ons oog gaat toch op zoek naar het 2d figuur, waarvan we als kind hebben geleerd dat het als lettervorm betekenis heeft. Door de van nature 2d letters zoveel mogelijk 3d te materialiseren in een ruimtelijke situatie ontstaan er nieuwe kansen en uitdagingen.

René Knip studeerde aan de Academie St. Joost in Breda. Hij slaagde ‘Cum Laude’ in 1990. Na een intensieve opleiding als assistent van ontwerper Anthon Beeke, begon hij zijn eigen praktijk
in 1992. Atelier René Knip richt zich op het grafisch ontwerp op de scheidingslijn van twee- en driedimensionale toepassingen. Andere aandachtsgebieden zijn autonome toepassingsmogelijkheden van het grafische ontwerp, het onafhankelijke karakter van materiaal en kleur en letterontwerp en kalligrafie als visuele middelen.

  • Connector.Connector.

    10.00 u. Ontvangst met koffie en zoetigheid

  • Connector.Connector.

    10.20 u. Welkomstwoord

  • Connector.Connector.

    10.25 u. Martin Majoor | De schoonheid en grootsheid van de Questa

  • Connector.Connector.

    11.25 u. Thomas Gravemaker | De houten Questa

  • Connector.Connector.

    12.25 u. Voorstelling tiende typosiumprent door Tim Hinterding

  • Connector.Connector.

    12.40 u. Gezonde lunch

  • Connector.Connector.

    13.50 u. Patrick Goossens | Stempelsnijden, en wat daarna kwam

  • Connector.Connector.

    14.50 u. Pauze

  • Connector.Connector.

    15.00 u. René Knip | Van twee naar drie dimensies

  • Connector.Connector.

    16.00 u. Afsluiting

Praktisch

Typosium XII gaat door op 26 augustus 2017,
in het vernieuwde Christoffel Plantin-auditorium van het Museum Plantin-Moretus,
Vrijdagmarkt 22 in 2000 Antwerpen.

De deelname bedraagt
ofwel €40 voor toegang inclusief lunch;
ofwel €95 voor toegang inclusief lunch én de tiende typosiumprent.