Goodiebags met letterproeven

grenze(n)loos | crossing borders

Verslag: Bert Nelissen. Foto’s: Jos van den Broek

“De ruimte binnen de perken is net zo onbegrensd als daarbuiten.”
Jules Deelder

“Wie verre reizen maakt, kan veel verhalen.” Het programma van Typosium IX op zaterdag 30 augustus 2014 in het Plantin-Moretus Museum te Antwerpen heeft deze wijsheid opnieuw onderstreept. Voor een breed samengesteld en zeer geïnteresseerd publiek hebben vier excellente grafische vakgenoten verhaald over hun grenze(n)loze ontdekkingstochten.

Reisverhalen kennen door hun aard een zekere (v)luchtigheid door de immense indrukken van het nieuwe of het andere op de reiziger. Beelden van de reis laten vaak meer zien, maar gaan voorbij aan de eigen impressie van de reiziger. Wij hebben dus beeld en geluid nodig.

Initiaal, de studenten- en alumni-organisatie van Plantin Instituut voor Typografie heeft vier ontdekkingsreizigers het podium gegeven voor hun reisverhaal. Grenze(n)loos|crossing borders gaat over het opzoeken en verleggen van grenzen: letterlijk, figuurlijk en virtueel.

Grenzen worden geslecht en ruimte wordt gevonden in de ontwikkeling van vakmanschap, in inspiratie door een andere, niet-westerse context en de inbreng uit de academische omgeving. Een verslag van een toehoorder vermag dan niet meer te zijn, dan een brochure voor een interessante trip door het brede vakgebied van de grafische kunsten.

Bas Vaerewyck in het auditoriumBas Vaerewyck –
Does book smart outsmart street smart?

‘Je eigen identiteit vertaald in eigentijdse visuals met sterke en duurzame aantrekkingskracht op relaties en klanten.’ Dat is de kern van de grafische opdracht aldus Bas Vaerewyck. Qua vakmanschap is er niets mooiers, dan het creëren van een totaal visueel concept from scratch. Ook zijn eigen vakmanschap is zo ontwikkeld. Traditioneel opgeleid aan VISO en autodidact in design en motion graphics.

In 2009 startte hij zijn eigen onderneming Reliëf en daar vervult hij de rol van art director en manusje van alles. Zijn portfolio omvat met name 3D en motion design voor opdrachtgevers uit de publieke en private sector. Hij maakt veel logo’s en huisstijlen; opdrachten uit TV en media, kunst en muziekevenementen hebben zijn voorkeur. Bas toont ontwerpen, waarbij je je afvraagt: “ik zou niet weten, hoe ik het zou moeten maken.” Zijn zoektocht naar de mogelijkheden van de software sturen dan een stuk de ontwerppraktijk. Deze queeste heeft letterlijk fantastische resultaten opgeleverd.

Bas Vaerewyck

Typografie en eigen werk
Klassieke typografie is niet datgene waar hij het meest mee bezig is. Het gaat meer om de dynamiek in beweging en vorm. Letters kun je als abstracte vormen zien en door met een letter te werken in plaats van bijvoorbeeld een groen blaadje, kun je meer communiceren.

Threesome plafondlampHet bestaande typografische arsenaal is voor hem een bouwdoos, een toolkit. Zijn letters bouwen voort op bestaande letters. Hij maakt een schets en werkt die digitaal uit. Het beeldscherm is gewoonlijk het eerste medium en papier is slechts ‘second thought’. Bas Vaerewyck gunt ons een blik in de keuken en laat zien hoe typische bewegingen voor motion design zoals valbewegingen, aantrekkingskracht en de mogelijkheden van textuur zijn ontwerppraktijk een stuk sturen.

Voor de toekomst heeft hij de ambitie om aan projecten te werken die minder vergankelijk zijn. Een spotje op TV, een flyer voor een event zijn vergankelijk. Hij wil meer tastbare en duurzame dingen maken. Hij is bezig met het ontwerp van lampen en meubels. Ook daar speelt Bas Varewyck veel met contrasten. Bij letters zoekt hij groot contrast op in gewichten en bij lampen in licht en donker, warm versus clean en heel vormelijk.

De scenarist
De pitch voor het Filmfestival Gent is een project waar Bas dieper op ingaat. Uiteindelijk is het project niet doorgegaan, maar de route van idee naar ontwerp is zeer interessant. Het thema van het festival was: de scenarist. Het logo van het filmfestival was het paard; de vulpen symboliseert het woord, dat geschreven wordt. Het paard wordt achterna gezeten door de vulpen en natuurlijk wordt de stad Gent in de picture gezet. Ook de sponsors komen op een artistieke manier in beeld.

Toolbox
De ‘reisvalies’ van Bas bevat Cinema 4D van de firma Maxon. Het is een beginners 3D en voelt heel natuurlijk aan. Concurrenten als Maya of 3D StudioMax zijn wat technischer. Voordeel van Maxon is verder dat het erg goed samenwerkt met de software van Adobe als After Effects, Photoshop, Illustrator, Premiere en Sound Booth.

Proeve van een bewegend paard
Bas tekent in 3D een paard. De volgende stap is het toevoegen van de beenderstructuur: het skelet – gevolgd de bewegingen van het paard: de motoriek. Het vraagt wat om het normaal te laten lijken. In feite is een 3D pakket als een eigen fotostudio. Modelling is het begin. De belichting komt erna via een light-setup met softboxen. Het is de bedoeling om een mood te creëren. Eigenlijk moet je dan denken als een fotograaf van bewegende beelden. Tot slot volgt de camera-instelling. Je kiest het camera-standpunt en het diafragma. Je kan de camera animeren en veel makkelijker dan met een echte camera. Natuurlijk ben je gewend van hoe camera beweegt in films en dat geeft steun voor de best fysiek doenbare manier voor de camera.

  • Eerst shot uit video Filmfestival Gent

Gerard Unger – Alverata

Gerard Unger met een tekening van een Alverata-letter‘Ik heb dat lettertype kunnen ontwikkelen dankzij jarenlange studie van romaanse inscripties en een nog langere praktijk als letterontwerper. En met verbeeldingskracht en vakmanschap.’ De Alverata is een hedendaags lettertype echter geïnspireerd op vormen van Romaanse kapitalen, die middeleeuwse werklieden in de elfde en twaalfde eeuw aanbrachten in grafstenen en kerkgevels. Tijdens die periode zijn lettervormen met veel vindingrijkheid en een verbluffende variatie toegepast, gehakt in steen, geschilderd op muren, gedreven in metaal en op andere manieren uitgevoerd.

Gerard Unger studeerde in de jaren ’60 grafisch ontwerpen, typografie en letterontwerpen aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam. Sinds 1972 is hij actief als freelance ontwerper. Hij heeft postzegels ontworpen, munten, boeken, logo’s, huisstijlen, jaarverslagen en vooral veel lettertypes. In de jaren 1972-2012 is hij actief als docent en onderzoeker op o.a. de Gerrit Rietveld Academie, Universiteit van Reading en als hoogleraar Typografie aan Universiteit van Leiden, waar hij – na zijn emeritaat – in 2013 ook promoveerde. Voor zijn proefschrift over de Alverata bestudeerde Unger uitgebreid voorbeelden van deze letters in heel Europa.

Romaanse kapitalen op reis
‘Wie zijn verleden niet kent, kan zijn toekomst niet zien.’ Gerard Unger gaat met ons op excursie door Europa en brengt de Romaanse stijl naar onze tijd. Via De Spijker in Gent, trekken wij naar de kathedraal van Doornik en bekijken kerken in Trier en Pisa. Lokaal grote verschillen en tegelijk grote overeenkomsten. Kenmerkend voor gebouwen uit de romaanse tijd is transparantie; je ziet aan de buitenkant de functie: het baptisterium, de dom, de toren.

De Romeinse letters – capitalis quadrata – zijn het klassiek voorbeeld voor letterontwerp. Zij werden tot de vijfde eeuw na Christus gebruikt en daarna pas weer in de renaissance. In de typografische geschiedenis zijn de ‘Alverata’-letters uit de tussenperiode en ook hun makers onderschat en onderbelicht. Deze letters komen voort uit een levendig en geletterd milieu, waarin bijvoorbeeld Noord-Italiaanse houwers tot in Zuid-Zweden werkzaam waren.

detail van een inscriptie aan de westgevel van de dom van Pisa uit het eerste kwart van de twaalfde eeuwDe Romaanse kapitalen zijn gevormd uit de nazaten van de klassieke Romeinse kapitalen, Iers-Keltische en Angelsaksische vormen en unciaal-achtigen, die samen zo een helder model vormen dat ruim tweehonderd jaar lang in een groot deel van Europa is toegepast van Noorwegen tot Sicilië en van de Britse eilanden tot Oost-Europa.

Invloeden
Als Gerard Unger zelf een letter maakt, laat hij zich beïnvloeden door de tijd van nu. Unger is opgeleid aan de Gerrit Rietveld Academie, waar toen ‘op z’n Bauhaus’ werd lesgegeven met Jan Tschicholds Neue Typografie als opmaat. Hij maakte er kennis met denkbeelden en werk van Herbert Bayer en Wassily Kandinsky en de pure vorm van Constantin Brâncuși. De typografie kreeg een dreun van de moderne kunst. Wel ziet Unger in die pure vormen de binnenvormen en de componenten terug van zijn letters.

Gerard Unger vindt zijn eigen inspiratie in het moderne classicisme, de stijlperiode van 1900 tot nu. S.H. de Roos, Charles Nypels en Jan van Krimpen gelden daarin als belangrijke vertegenwoordigers. Gerard Unger tekende als kind de Lutetia van Van Krimpen na; een vingeroefening die vervolgens in de loop der jaren vele verrassende en tegelijk welhaast klassieke fonts heeft opgeleverd.

Romaanse letters

Ontwikkeling Alverata
Unger heeft talloze inscripties bestudeerd uit de elfde en twaalfde 12e eeuw. Hij ontdekte dat er wel degelijk een lijn in zat. Letterhakkers gebruikten een mix van drie soorten letters: afgeleiden van die romeinse capitalis quadrata, hoekige keltische vormen en ronde mediterrane letters. Deze verstrooiing van alternatieve lettervormen zie je ook terug in zijn lettertype. Er is bijvoorbeeld een ronde e, maar ook een hoekige.

De letterfamilie die Unger heeft ontworpen, is bedoeld om zoveel mogelijk Europese talen harmonieus te kunnen presenteren. Hij ziet dan ook een rol weggelegd binnen Europese organisaties, waarin meertalige publicaties vormgegeven moeten worden en dat is interessant voor ‘Brussel’. De Alverata is een uitgebreide, levendige letterfamilie met de bekende soorten zoals normaal, vet en cursief en daarnaast een irregular.

Aanpak
Unger start met het digitaliseren van de foto’s uit zijn Romaanse collectie op zoek naar gelijkenis en op zoek naar betekenisvol verschil. Eenvoudig verbeeldt hij de Romaanse kapitalen in een 21e-eeuwse letter. Hoe om te gaan met de onderkast? De vormen van onze onderkast zijn geëvolueerd van de karolingische minuskel over de humanistische minuskel. Dat werk heeft Unger niet willen overdoen. Hij heeft de kenmerken van de kapitaal passend ‘gehecht’ aan de onderkast en de regular was klaar. De karakterset is wel uitgebreid met Griekse en Cyrillische tekens.

Type family
De Zwitserse typografie geldt als programmatische typografie en daar is de type family in zwang gekomen. De laatste jaren zien wij grote letterfamilies met varianten. UnderWare Auto is een letterfamilie met drie verschillende cursieven. Haal je één van die cursieven eruit, dan heeft dat nog geen effect op de letterfamilie. Varianten en exotische vormen zijn zo meer vanzelfsprekend en voor Unger een inspiratiebron ook voor de Alverata.

Contextuele alternatieven in de irregular

Normaal zijn de kapitalen het meest hoekig en is de onderkast rond. Voor de irregular heeft Unger dat omgedraaid en daarin volgt hij Paul Renner die in 1927 voor zijn origineel ontwerp van de Futura ook een hoekige a had getekend. In de Look Up Table (LUT) van de Open Type-font definieerde hij contextuele alternatieven. Op basis van de letters voor en achter wordt de glyph verwisseld door een andere en dat werkt in Quark Xpress en Adobe Indesign. Elke andere taal levert dan andere verrassende resultaten.

Fiona Ross & Jo De Baerdemaeker – Dialogues on type

Fiona Ross en Jo De Baerdemaeker zijn als collega’s werkzaam het aan Department of Typography & Graphic Communication van de University of Reading en zijn beiden betrokken bij onderzoek en ontwerp van non-Latin typedesign.

Fiona Ross heeft een achtergrond in Germaanse taal- en letterkunde. Herman Hesse’s Siddharta wekte haar interesse in de cultuur van India en daarmee de wens om de taal te leren. Een graad in Sanskriet en Pali en een PhD Indian Paleography volgde. Door deze passie en materiekennis kwam zij ‘bij wijze van toeval’ terecht bij Linotype en in de periode 1978-1989 was zij betrokken bij de ontwikkeling van non-Latin fonts.

Vervolgens is zij werkzaam als consultant, type designer, art director en docent. In 2003 maakt zij de overstap als onderzoeker naar het Department of Typography & Graphic Communication van de University of Reading waar zij ook promoveerde. Fiona Ross heeft een enorme reputatie opgebouwd als ontwerper en onderzoeker van global type design en ontving daarvoor in 2014 de prestigieuze SoTA Typography Award.

Jo De Baerdemaeker is een onafhankelijke Belgische typeface designer. Hij behaalde aan het Department of Typography & Graphic Communication van de Universiteit van Reading in 2004 een master Typeface Design onder begeleiding van Fiona Ross. Hij vervolgt zijn studie met een PhD-traject Tibetan typeforms: an historical and visual evaluation of Tibetan typefaces from their inception in 1738 up to 2009. Hij is eveneens als onderzoeker verbonden aan Reading en zijn persoonlijke interesse gaat uit naar OpenType, ontwerp en onderzoek van Tibetaanse, Mongoolse en Javaanse typefaces en multi-lingual typografie.

Opbouw van een glyph over twee assen

Westerse normaliteit
Van belang is om goed te zien, dat waar je in een westers alfabet met enkele tientallen karakters uit de voeten kunt, dat voor non-Latin in de regel niet geldt. Ook het traditioneel plaatsen van links naar rechts en van boven naar beneden en karakters op een vaste basislijn is geen universeel gegeven. Deze verschillen en varianten betekenen voor de onderzoeker en ontwerper van non-Latin types een enorme opgave wanneer deze karakters op een herkenbare en eenduidige wijze (digitaal) inzetbaar moeten zijn. Toetsenborden en register hebben immers hun fysieke beperkingen. Analyse van grondvormen en het loslaten van de westerse normaliteit is hier de opdracht.

Fiona Ross

Fiona Ross en Jo De Baerdemaeker werken op eenzelfde manier als Gerard Unger en eigenlijk ook als Bas Vaerewyck. Start met het bestuderen van het bestaande, kijk naar oude manuscripten, onderzoek inscripties, achterhaal de ingezette technieken en beoordeel overeenkomst en betekenisvol verschil. Geen van allen maakt ‘oude letters’ of revivals. De vraag van de gebruiker is leidend en de oplossing is op bruikbaarheid getoetst in de praktijk. Hedendaagse non-Latin typedesigners veranderen de wereld. Met nu ontwikkelde keyboard layouts is het mogelijk, dat mensen met standaard hardware in hun eigen taal kunnen communiceren en daarmee toegang krijgen tot de wereld.

Devenagari-letter voor Hindi
Adobe Devanagari BoldBij Linotype hadden Walter Tracy en Matthew Carter samen al een Devenagari-letter voor Hindi gemaakt voor Linotype filmbelichters. Met de komst van Fiona Ross, die het schrift kon lezen en wist hoe het op het toetsenbord moest worden gezet, konden vervolgens veel issues met het lettertype worden opgepakt opgelost. In het digitale tijdperk heeft Fiona Ross dit project overgenomen en verder kunnen verbeteren.

De uitspraak van het Indisch is betekenis onderscheidend en daarmee de basis van de scripts. Het klank begint achter in de keel, rolt naar voren en krijgt er een klinker bij. Wil je al deze varianten op een basis kunnen afbeelden, dan moet je je toevlucht nemen tot ligaturen. Een lettertype bevat dan tussen vijfhonderd en duizend van deze ligaturen. De meest gebruikte common ligaturen, die voor het dagelijks gebruik noodzakelijk zijn, zijn inmiddels uitgewerkt en alleen dat al leidt tot zeer grote karaktersets.

Fiona Ross ontwikkelt ook keyboard layouts. Eerder waren toetsenborden vanwege de grootte van de karakterset heel groot en duur. In het digitale tijdperk was meer mogelijk, maar gold toch de beperking van maximaal 256 tekens per lettertype en dat is onvoldoende. De oplossing is gevonden door meerdere keren 256 tekens te combineren tot een lettertype, zonder dat de gebruiker het zou merken. Fiona Ross gaat uit van base characters en bouwt daar in varianten op verder. Met de komst van OpenType geldt deze beperking niet langer.

Matrijzen in het British Museum en ander puzzelwerk
In het British Museum is een set matrijzen uit de vroege negentiende eeuw terug gevonden. Met inzet van deze matrijzen zijn nieuwe letters gegoten. Reconstructie van aanpak en werkwijze is gedaan door bestaande teksten op basis van nieuw handzetwerk opnieuw te realiseren en zo ontstaat inzicht in aanpak en mogelijkheden. In bredere zin is de studie van manuscripten en bestaande teksten opgepakt om te zien welke letters populair waren, hoe de teksten werden gezet en met welke keyboard layout. Kortom: een terugblik op het verleden om een goede oplossing voor de digitale fontproductie in de toekomst te vinden.

Traditioneel vaste waarden in de westerse typografie als basislijn, stokken en staarten, hoogtes, interlinie en onderlinge verhouding c.q. verschillen gaan niet op in non-Latin typedesign.

Fiona Ross bedacht benamingen voor onderdelen van glyphs.

Fiona Ross en Jo De Baerdemaeker zoeken welhaast non-conformistisch naar oplossingen om binnen de beschikbare mogelijkheden van de techniek maximaal recht te doen aan de wens om een karakter goed en correct beschikbaar te stellen en af te beelden.

Hun zoektocht loopt langs de lijnen van minimale interventie: komt een combinatie die aanpassing van de hoogte vraagt slechts zelden voor, dan geven zij de voorkeur voor werken met de interlinie. De breedste lettervorm vraagt een afweging van wat is maximaal mogelijk en wat kan letters joinen daarin betekenen als oplossing. Via spacing en fitting en kerning both ways wordt uiteindelijk een passend en goed resultaat bereikt. Niettemin: ‘Dimensions are the tricky bit’ aldus Fiona.

Van Tibet naar Mongolië
Jo De Baerdemaeker werd in zijn opleiding tot grafisch vormgever al gegrepen door non-Latin scripts. In zijn proefschrift heeft hij de resultaten neergelegd van zijn diepgaande studie naar de ontwikkeling van Tibetaanse typeforms. Na afronding hiervan bezorgen zijn omzwervingen door het Verre Oosten hem een Mongools manuscript en dan start de zoektocht naar het daaronder gelegen lettersysteem. Is de eenvoud van het Latijnse schrift met 26 karakters ook hierin te ontdekken? Is een machinale tekstproductie te faciliteren? Vragen die alleen maar beantwoord kunnen worden door grondig historisch onderzoek naar het Mongools. Opnieuw volgt hij de methodologie van het bloot leggen van karakters qua samenstelling en elementen. De klassieke schrijfmachine vormt een belangrijk hulpmiddel bij de reductie van aangetroffen karakters in handschriften.

Mongools is net als Tibetaans een minority script. Het heeft een verticale opbouw en leest van links naar rechts. Hij deed o.a. research in de Imprimerie Nationale in Sint-Petersburg. De font-productie was zeker niet eenvoudig en vroeg om vakmanschap en inventiviteit. Een voorbeeld: de beeldschermen moesten een kwart slag worden gedraaid om werken met de bestaande font-design-software mogelijk te maken! Zijn onderzoek is te volgen op deze website.

Cross-border samenwerking
De fontproductie loopt op zich goed nu, maar toch merkt Fiona Ross dat de fonts niet altijd correct worden gebruikt. Een voorbeeld: in Microsoft Word voor Bengali zijn final forms niet beschikbaar. Final forms is een vorm van glyph substitutie. De ene verschijningsvorm van een letter [glyph] wordt vervangen door een andere vorm, die aan het eind van het woord beter past.

Techniek en toepassing en kennis van de andere wereld over en weer is nodig en nodigt uit tot veel cross-border samenwerking om voor al die non-latin scripts fonts te maken en voor scripts waarvoor fonts beschikbaar zijn, moet er meer keuzevrijheid komen. Op zich hoef je de taal niet te beheersen, maar je moet wel zicht hebben op het schrijfsysteem. De overgang van handletter naar drukletter biedt dan belangrijke aanknopingspunten en natuurlijk bestaand lettermateriaal. Je moet de structuur van het schrift kennen en zicht hebben op de opbouw van lettervormen. Grafisch ontwerp gaat over communicatie, over het doorgeven van boodschappen en letterontwerp zit op een micro-level met de opdracht: ‘don’t distract the reader’.

Lenneke Saraber – Over de grens van grafiek

Lenneke Saraber woont en werkt in Kampen. De techniek van hoogdruk en met name linoleumsnede, heeft zij na de studie illustratieve vormgeving en boekverzorging aan de kunstacademie in Kampen ontdekt en eigen gemaakt. ‘Al vanaf het eerste stukje linoleum in mijn hand werd ik enorm geïnspireerd door het proces van gutsen in de plaat en afdrukken ervan op papier. Wat laat je bij het snijden staan en wat guts je weg?’

Elke inspiratie begint niet met een thema, maar met een kleur. Daarbij zoekt zij door middel van schetsen en schilderen in gouache het juiste beeld erbij. Dat blijven toch vaak klassieke thema’s, maar de uitwerking lijkt toch al heel eigentijds en abstract doordat de schets slechts in een paar lijnen op de plaat linoleum wordt aangebracht. Het snijden gaat uit de losse hand, waarbij beslissingen worden genomen aan de hand van de voorgaande afgedrukte kleur.

Ook voor Typosiumprent 2014 heeft Lenneke deze lijn gevolgd en de keuze gemaakt om in de hele oplage van 30 stuks keer op keer te variëren qua kleur en tekening. Meestal drukt ze op gekleurd papier. Voor het thema grenze(n)loos heeft zij dat niet gedaan. Grenze(n)loos heeft haar letterlijk doen denken aan een grens, een lijn. Met Mondriaan voor ogen heeft ze een lijnenspel gemaakt en is zij vervolgens gaan experimenteren met de stapeling van drukgangen en verschillende lagen inkt.

In haar ontdekkingstocht heeft zij varianten ‘ontdekt’ door de drukvorm te kantelen tussen de drukgangen, te werken met positief/negatief en met waar zit inkt en wat is de restruimte? De 3D-gelaagdheid is dan telkens anders. Andere varianten zijn ontstaan door nat in nat te drukken of dat juist niet te doen. Alle prenten zijn deels gelijk vanuit eenzelfde basis, maar verschillen in eindbeeld waardoor uniciteit ontstaat.


Het Zomertyposium wordt financieel en materieel mede mogelijk gemaakt door Koninklijke Brill, Lannoo Uitgeverij, Ando, Elep, Plantin Instituut voor Typografie en Museum Plantin Moretus.

Onze sponsors voor Typosium 9

Deel dit Typosium-verslag

Leave a Comment