montagetyposium2016_800_v2

Verslag typosium 2016: Lees mijn boek!

Lees mijn boek!

Uitgeven in al zijn facetten

Op 27 augustus 2016 ging het jaarlijkse Typosium van Initiaal door in het auditorium van Mediahuis op Antwerpen Linkeroever. Dat elfde zomertyposium had als titel “Lees mijn boek!’ Uitgeven in al zijn facetten” en belichtte de rol van de uitgever, in het verleden maar ook in het heden. Sprekers waren Rudy Vanschoonbeek, Stijn Van Rossem en Lidewijde Paris.

Rudy Vanschoonbeek (rechts) naast de andere sprekers. Stijn Van Rossem ontbreekt op de foto.

Rudy Vanschoonbeek – “Er kunnen niet genoeg boeken verschijnen…”

Onder meer vanuit zijn rol als voorzitter van de Vlaamse Uitgeversvereniging schetste Rudy Vanschoonbeek een boeiend beeld van de markt in Vlaanderen, waarbij hij vooral aandacht had voor verkoop en marketing. Vertrekkend van zijn eigen bedrijf Uitgeverij Vrijdag als case, overliep Rudy wat de uitdagingen zijn voor een gemengde uitgeverij. Naast uitgeven is er ook een logistieke poot, meer bepaald voor een twintigtal uitgevers uit Vlaanderen en Nederland, opererend onder de naam ‘Elke dag boeken’.
Rudy onderstreepte het belang van de uitgeverijen voor de economie: de Vlaamse markt bestaat uit ongeveer 300 boekhandels, samen goed voor 3.000 voltijdse krachten en iets meer dan 11% van de creatieve industrie. Uitgevers hebben daarmee een groter aandeel dan de film- en theaterwereld. De uitgeversmarkt genereert werk voor freelancers zoals typografen, redacteuren en vormgevers.
Het aanbod in Vlaanderen wordt gedomineerd door enkele grote ketens, waarvan de bekendste, met 150 boekhandels, Standaard Boekhandel is. Als deze groep besluit om een titel niet in te kopen is die uitgave in de helft van de boekenwinkels van Vlaanderen niet beschikbaar. Naast de ketens is er Confituur, een belangenvereniging en kleurrijk verbond van onafhankelijke boekhandels in Vlaanderen.

Rudy_inauditorium_600
In het Nederlandse taalgebied verschijnen jaarlijks circa 16.000 verschillende titels. Het moment wanneer je als boekenliefhebber het best van het rijke boekenaanbod kan proeven is de Boekenbeurs in Antwerpen. Rudy onderstreepte het belang van de boekenbeurs: er is geen enkele boekhandel in het land die het zich kan veroorloven om op zo’n schaal boeken te etaleren. De Boekenbeurs genereert in elf dagen tijd 3% van de jaaromzet.
Rudy definieert zijn werk als uitgever als het zoeken naar inhoud. De uitgever benadert auteurs van interessante manuscripten en boeiende mensen die een verhaal hebben te vertellen met de vraag of van hun verhaal of manuscript een goed boek kan worden gemaakt. In die zin is de uitgever te beschouwen als een beheerder van copyright.
Voor Rudy is de digitale revolutie niet echt een bedreiging voor de uitgever van vandaag. De digitale poot, het e-boek is gewoon een ander kanaal waarlangs de tekst tot bij de lezer komt. Het neemt soms de rol van de traditionele kanalen over, maar kan evengoed een aanvulling zijn op de traditionele uitgave in boekvorm.
Rudy stelde tot besluit dat er nooit genoeg titels kunnen zijn – maar er moet goed worden nagedacht over de oplage. De uitgever moet de juiste keuze maken om een specifiek boek uit te geven, digitaal en/of traditioneel, zodat het op een optimale manier tot bij zijn doelpubliek raakt, zonder dat de uitgever er een financiële kater aan overhoudt.
Rudy Vanschoonbeek is directeur van uitgeverij Vrijdag, oprichter van ‘Elke dag boeken’ (distributie organisatie) en voorzitter van de Vlaamse Uitgevers Vereniging.
Leestip: De heruitvinding van het boek – Rudy Vanschoonbeek (Artikel van De Redactie, 2013).

Stijn Van RossemStijn Van Rossem – “Het gevecht met de boeken”

De opdracht van een uitgever zag er in het ancien régime op veel punten anders uit dan vandaag. Maar waren er toen wel ‘uitgevers’? In de vroegmoderne tijd kwam de term ‘uitgever’ immers niet voor op de titelpagina’s van boeken. De meest voorkomende term is die van ‘boekverkoper’, maar daarachter gaat een brede waaier van functies schuil, gaande van uitgeven, drukken en verkopen van nieuwe boeken naast de handel in tweedehandsboeken en papierwaren. Sommigen combineerden het drukken en verkopen van boeken, terwijl anderen zich uitsluitend alleen op het drukken toelegden.
Voor zijn doctoraat onderzocht Stijn van Rossem de handel en wandel van de familie Verdussen die bekend was van het uithangbord en het drukkersmerk De Rode Leeuw. Zijn onderzoekswerk spitste zich toe op de eerste drie generaties van dit succesvolle geslacht, dat zich vanaf het einde van de 16de eeuw door een slimme politiek geleidelijk aan opwerkte tot een van de belangrijkste spelers op de Antwerpse en later ook internationale boekenmarkt, naast de Moretussen.
Stijn wees er op dat de aandacht van onderzoekers al te vaak uitgaat naar het prachtige archief van Plantin-Moretus, waardoor het archief van andere drukkers onderbelicht blijft. Dat is jammer, want zo wordt het voorbeeld van Plantin en zijn opvolgers vaak als maatstaf genomen, terwijl het net om een uitzonderlijk bedrijf ging. Ironisch genoeg worden belangrijke delen van het archief Verdussen in het Museum Plantin-Moretus bewaard, zoals het betaalboek dat Stijn ook besprak.
Stijn Van RossemDe manier waarop de Verdussens handel dreven verschilde sterk van die van de opvolgers van de beroemde Christoffel Plantin. In tegenstelling tot de Moretussen, die zich in de 17de eeuw steeds meer gingen toeleggen op de handel in liturgische boeken met het Spaanse rijk, beperkten de Verdussens zich niet tot één marktsegment.
Een ander verschil tussen het bedrijf van de Moretussen en dat van de Verdussens was dat dit laatste niet als een ondeelbaar geheel van generatie tot generatie overging. De Verdussens leidden steeds twee zonen op, waardoor het bedrijf in een volgende generatie werd opgesplitst. Uiteraard werd het opgebouwde kapitaal daardoor telkens verdeeld, zodat de opvolgers de nieuwe bedrijven opnieuw moesten opbouwen. Men kan erover speculeren waarom dit werd gedaan; misschien diende de tweede zoon als een soort van back-up voor het geval de andere zoon iets overkwam.
Daarnaast specialiseerden de twee nieuwe bedrijven zich ook inhoudelijk, waarbij de ene zoon bijvoorbeeld een algemene uitgeverij dreef terwijl de andere zich meer specialiseerde op bepaalde genres. Een van de zonen kreeg onveranderlijk de voornaam van de stamvader mee, zodat er vaak twee Hieronymussen Verdussen tegelijk actief waren. Dit was een bewuste strategie. De familie maakte handig gebruik van de naamsverwarring die hieruit voortvloeide, bijvoorbeeld om bepaalde privileges van vader op zoon door te schuiven.
Uit de verschillende boedelinventarissen die in de loop van de jaren werden opgemaakt, leerden we dat de Verdussens geen originele lettertypes bezaten. Wel beschikte de eerste Hieronymus Verdussen over matrijzen waarmee letters konden worden gegoten, maar een generatie later waren die reeds uit de inventaris verdwenen.
StijnMetSlidePlantin
De inventarissen vermelden opvallend veel staand zetsel, in hoofdzaak religieuze teksten, almanakken en schoolboeken, die op die manier op heel korte tijd opnieuw konden worden gedrukt.
De waarde van de lettervoorraad en ander drukkersmateriaal viel in het niets vergeleken met de stock aan boeken die de Verdussens in huis hadden, en dat laatste is letterlijk te nemen. Het hele huis was volgestouwd met boeken, tot in de slaapkamer toe. De tweede generatie sloeg de voorraad boeken ook op in aparte opslagruimtes, kelders en zolders, en in een andere winkel in Antwerpen. De Verdussens hadden ook in Frankfurt opslagruimte ter beschikking vanwege de boekenbeurs daar.
Na 1650 volgde de omslag: het grootste deel van de voorraad werd vanaf dat moment in een gehuurde opslagplaats opgeslagen. De winkel had dan geen ongebonden boeken meer, alleen een beperkte set gebonden boeken die als inkijkexemplaren dienden. Het belang van de winkel nam af en de Verdussens legden zich meer en meer toe op de groothandel.
Door een betaalboek dat in het archief van het Museum Plantin-Moretus wordt bewaard, kwamen we meer te weten over het personeel in de drukkerij. Daarin zijn de betalingen aan het personeel van de drukkerij chronologisch vermeld. Hieruit leerden we onder andere dat er grote fluctuaties in het personeelsbestand waren en dat er regelmatig verschillende mensen met verschillende titels bezig waren.
‘Vaste’ medewerkers waren vaak maar voor de helft van de tijd voor Verdussen aan de slag en konden afhankelijk van de omstandigheden ook ergens anders werken. Het is duidelijk dat de drukkerij zelden op maximale capaciteit draaide, wat te verklaren was door het feit dat de ‘drukker-uitgeverboekverkoper’ nog tal van andere boek gerelateerde activiteiten ontplooide.
Uit een steekproef uit het betaalboek blijkt bovendien ook dat vandaag slechts veertien van de 23 vermelde titels in de bibliografie bekend zijn. Bij de ‘verdwenen’ boeken gaat het vaak om populaire literatuur, almanakken, schoolboeken en wereldse literatuur.
Stijn van Rossems onderzoek bevestigt het beeld dat boeken waarvoor veel drukvellen nodig waren, beter bewaard zijn dan de kleine werkjes van korte duur.
Stijn van Rossem is boekhistoricus. Hij is verbonden aan de School of Advanced Study (University of London), hij is deeltijds professor aan het KASK in Gent en geeft les aan het Plantin Instituut voor Typografie.

Lidewijde Paris met haar boekLidewijde Paris – “Hoe werkt literatuur?”

Als ambassadeur van de literatuur gaat Lidewijde met haar recent opgerichte Lees!ambassade de boer op om mensen weer meer aan het lezen te krijgen. Ze richt zich niet in de eerste plaats op leesbevordering, noch op een opstap naar lezen. Wel nodigt ze lezers uit om de gelaagde rijkdom van een boek te leren (her)kennen.
Het idee van de Lees!ambassade ontstond naar aanleiding van een interview met de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl over zijn nieuwste roman Dat weet je niet. Net voor het interview vroeg een vrouw uit het publiek wat Lidewijde Paris in hemelsnaam aan de schrijver zou gaan vragen, want volgens haar gebeurt er helemaal niets in het boek. Dat verraste Lidewijde, omdat zij de marges van dit boek zelf had vol gepend met aantekeningen, bedenkingen en observaties die vanaf de eerste zin bij haar opborrelden.
Met de Lees!ambassade wil Lidewijde andere lezers uitleggen hoe zij het leesproces ervaart, hoe zij de stille signalen van een auteur herkent en zo de motieven en leidraad in een tekst op het spoor komt. Ze stelt vast dat doorsnee lezers deze signalen vaak niet meteen oppikken of bewust herkennen. Toch worden ze er door beïnvloed en gestuurd.
Paris_2
Lidewijde vergelijkt dit proces met subliminal advertising, het fenomeen waarbij het onderbewuste dingen registreert die niet expliciet waarneembaar zijn, maar wel degelijk een invloed uitoefenen. Dat is bijvoorbeeld zo bij product placement in films, dat de consumptie van een bepaald product onbewust opwekt. Op een vergelijkbare manier manipuleren auteurs hun publiek.
Lidewijde demonstreert aan de hand van voorbeelden uit de schilderkunst hoe nieuwe betekenissen naar de oppervlakte kunnen komen door letterlijk een andere invalshoek te nemen. Vaak wordt ook humor gebruikt om bij het publiek bepaalde gedachten te doen postvatten.
Maar, om de humor van een bepaalde situatie te begrijpen is het noodzakelijk dat de kijker of lezer voldoende kennis heeft van het referentiekader waarbinnen deze processen zich afspelen. Zo kan iemand die niet voldoende vertrouwd is met onze taal de humor niet proeven in een zinnetje als ‘Ik sta op voor dag en jou’ en gaan de connotaties ervan in het verdere betoog verloren.
Elke auteur gaat uit van een bepaald, impliciet referentiekader waarbinnen het verhaal wordt opgebouwd. Daarbinnen kan de auteur uiteenlopende standpunten innemen, sommige dingen verzwijgen of alleen maar suggereren, waardoor hij het lezen stuurt. Vaak maken auteurs gebruik van associatie en schrijven ze op een manier die op verschillende niveaus tegelijk werkzaam is.
Paris_3
Met de Lees!ambassade wil Lidewijde lezers meer inzicht geven in al deze processen en technieken, zodat zij de literatuur beter gaan smaken.
Lidewijde Paris werkte als uitgever vertaalde fictie bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Ze richtte onlangs de Lees!ambassade op, die het literaire lezen wil bevorderen.
Het boek Hoe lees ik? van Lidewijde Paris gaat in op de vraag hoe boeken gelezen kunnen worden en hoe de auteur de lezer meeneemt in een verhaal. Het boek geeft praktische aanwijzingen hoe je als lezer meer uit een verhaal kan halen door te wijzen op de communicatie tussen auteur en lezer die vaak tussen de regels door verloopt.

Leestips: Twee artikelen uit De Standaard, 2016 (betalende sectie)
‘Ik wil werken voor het gat in de markt: mensen die al lezen en meer willen weten’
Lezen met Rubik: Een aanstekelijk boek over aandachtig lezen.

Leestip: De Andere Lees!club – onder leiding van Lidewijde Paris (De Nieuwe Liefde; Centrum voor debat, bezinning en poëzie, 2017)

Video: Interview in De Taalstaat, Nederlandse Publieke Omroep, 2016

Jean-Claude Salemi, met één van zijn drie linosnedesJean-Claude Salemi – Frietkot

De typosiumprent voor 2016 is van de hand van Jean-Claude Salemi van collectif Razkas.
Na aanvang van studies architectuur in Sint-Lucas (Brussel), richt Jean-Claude Salemi zich als autodidact op het tekenen en illustreren en het ontwerpen van affiches in het culturele en sociale veld. Dit doet hij vanaf het begin van de jaren ’70 in Brussel en in Luik tot in de jaren ’80.
In 1986 keert hij terug naar Brussel en wijdt hij zich in de linosnede en de steendruk in. Hij wordt lid van het Atelier Razkas, een collectief van etsers dat is opgericht in Brussel. Met het collectief neemt Jean-Claude deel aan talrijke prenten-tentoonstellingen in België en in het buitenland. Gelijklopend maakt hij zich in het bijzonder de techniek van de linosnede eigen voor zijn werk als tekenaar, evengoed voor affiches als illustraties of voor cartoons en de actualiteit.
Tevens gitarist en componist, neemt hij deel aan meerdere opleidingen en combineert meer en meer tentoonstellingen en concerten met persoonlijke composities.
Atelier Razkas is een collectief van tekenaars, graveerders/etsers en steendrukkers. Ze werken apart of samen en exposeren regelmatig in hun atelier of op verplaatsing. Er is een abonnementsformule mogelijk op hun werken.
linosnedesSalemi
Voor het typosium creëerde Jean-Claude een kleurrijke linosnede. De inspiratie haalde hij uit typisch Belgisch erfgoed: het frietkot. Als basis vertrekt hij vaak van foto’s, of schetsen van locaties in zijn buurt. De linosnede heeft 4 kleuren. Het lover van de bomen rond het frietkot is groen. Bruin en zwart worden gebruikt als steunkleur en om de details aan te vullen. Als “finishing touch” heeft Jean-Claude een vlakgommetje gebruikt om de vierde kleur af te drukken: geel als extra accent en vrolijke noot. Het resultaat is een cartooneske prent, die onze Bourgondische volksaard en hang naar gezelligheid treffend weergeeft. Dat smaakt naar meer!

Foto’s: Jos van den Broek

Initiaal ontvangt dankbaar de steun van het Mediahuis, Lannoo Uitgeverij, Plantin Instituut voor Typografie, Uitgeverij Koninklijke Brill.
Materiële steun kwam er van Elep, boekhandel Douwes en Ando.

sponsors2016


Voor elk van de deelnemers was er een goodiebag met o.a. de agenda van Ando, boeken van uitgeverij De Buitenkant en van uitgeverij Vrijdag.
goodiebags
’s Middags had Jos Mestdagh opnieuw een gezonde lunch bereid.
gezondeLunch

Leave a Comment